De outputregelrelais op iedere KT‐100, KT‐200, KT‐300, KT‐400 en KTES kunnen worden gebruikt voor het activeren van alarms of andere apparaten, zoals verlichtingsregeling, ventilatie en airconditioning. Deze relais kunnen worden geactiveerd volgens schema's, gebeurtenissen die door het systeem worden gerapporteerd. Zij kunnen ook worden geactiveerd om de status van een alarmsysteem of een combinatie van verschillende logicavoorwaarden aan te geven.
§ In dit paneel staat een lijst met locaties en hun controllers.
§ Met het tekstvak Filteren... kunt u de lijst met locaties sorteren op basis van de tekenstring die u hebt ingevoerd.
§ Het werkgebied bevat de relais die in het linkerpaneel zijn geselecteerd. U kunt de relais van een bepaalde controller of van een hele locatie weergeven.
§ Toets Bewerken: Klik op de toets Bewerken om de parameters van het geselecteerde relais te bewerken (zie Relaisinstellingen voor meer informatie).
§ Toets Verwijderen: Klik op de toets Verwijderen om het geselecteerde relais uit de lijst te verwijderen.
§ Pictogrammenweergavemodus:
Klik op de toets
om de relais als pictogrammen
in het werkgebied weer te geven.
§ Lijstweergavemodus: Klik
op de toets
om de relais in lijstformaat
in het werkgebied weer te geven.
§ Toets Surveillancelijst:
§ Zoomtoetsen: Met de toetsen
en
kunt
u op de tijdschaal in- en uitzoomen.