PLATTEGROND TOEVOEGEN/BEWERKEN
1. Voer een naam in voor de nieuwe plattegrond.
2. Selecteer een locatie uit het vervolgkeuzemenu.
3. Gebruik het vak Filteren om de componenten te tonen die een bepaalde tekenstring bevatten.
4. Sleep componenten uit het linkerpaneel naar het lege gebied en zet ze daar neer.
N.B.: De systeemcomponenten omvatten locaties, gateways en controllers.
5. Rechtsklik op de plattegrond en selecteerAchtergrond veranderen om een grafisch bestand voor de achtergrond te importeren.
6. Als u rechtsklikt op een component op de plattegrond, verschijnt er een contextmenu met de volgende keuzes:
§ Standaard dubbelklikken: Selecteer een opdracht uit de weergegeven lijst, waarmee het dubbele-klikgedrag wordt gedefinieerd.
§ Positiepointer: Verander de positie van de pointer.
§ Verwijderen: Verwijder de geselecteerde component uit het plattegrondgebied.
1. Bewerk de naam van de plattegrond.
2. Selecteer een andere locatie uit het vervolgkeuzemenu.
3. Gebruik het vak Filteren om de componenten te tonen die een bepaalde tekenstring bevatten.
4. Sleep componenten uit het linkerpaneel naar het lege gebied en zet ze daar neer.
N.B.: De systeemcomponenten omvatten locaties, gateways en controllers.
5. Rechtsklik op de plattegrond en selecteerAchtergrond veranderen om een grafisch bestand voor de achtergrond te importeren of selecteer Achtergrond verwijderen.
6. Als u rechtsklikt op een component op de plattegrond, verschijnt er een contextmenu met de volgende keuzes:
§ Standaard dubbelklikken: Selecteer een opdracht uit de weergegeven lijst, waarmee het dubbele-klikgedrag wordt gedefinieerd.
§ Positiepointer: Verander de positie van de pointer.
§ Verwijderen: Verwijder de geselecteerde component uit het plattegrondgebied.