RELAISINSTELLINGEN

Een relais bewerken

1.      Voer een naam in voor het relais.

2.      Selecteer een Plattegrond in het vervolgkeuzemenu.

3.      Selecteer een Videoweergave in het vervolgkeuzemenu.

N.B.:        De videoweergave wordt alleen geactiveerd als de videofunctie in EntraPass is ingeschakeld.

Geautomatiseerde activeringsmodus

4.      Selecteer vanuit de optiegroep Geautomatiseerde activeringsmodus een schema in het vervolgkeuzemenu. Wanneer dit schema geldig is, wordt het relais getriggerd (geactiveerd of gedeactiveerd) volgens de aangegeven activeringsmodus.

5.      Selecteer een schema Actierelais uitschakelen uit het vervolgkeuzemenu. Wanneer dit schema geldig is, wordt het relais gedeactiveerd (of gedeactiveerd) volgens de aangegeven bedrijfsmodus.

Bedrijfsmodus

6.      Geef de bedrijfsmodus voor het relais aan:

§        Normaal: Het relais is normaal niet bekrachtigd (gedeactiveerd) tot het door een operator, een gebeurtenis of een ander systeemschema wordt bekrachtigd (geactiveerd).

§        Omkeren: Het relais is normaal bekrachtigd (geactiveerd of in de ruststand) tot de bekrachtiging door een operator, een gebeurtenis of een ander systeemschema wordt uitgeschakeld (de-activering).