DEURINSTELLINGEN

Een deur bewerken

1.      Voer een naam in voor de deur.

2.      Selecteer Spanningsloos vergrendeld of Spanningsloos ontgrendeld voor de deurvergrendeling.

§        Spanningsloos vergrendeld: De slotplaat wordt vergrendeld wanneer de elektriciteit wordt ontkoppeld (deursloten, slotplaten).

§        Spanningsloos ontgrendeld: De slotoutput wordt bekrachtigd en de deur wordt vergrendeld (elektromagnetische sloten).

3.      Selecteer een Ontgrendelschema in het vervolgkeuzemenu. Aan de hand van een ontgrendelschema kan het systeem de deur gedurende een bepaalde tijd ontgrendelen. Deze tijd kunt u zelf instellen.

4.      Selecteer het aankruisvakje Deur ontgrendelen volgens schema na eerste persoon binnen om de deur automatisch te ontgrendelen zodra er iemand met gebruik van een kaart naar binnen is gegaan. Standaard is deze optie niet aangekruist.

5.      Selecteer een Plattegrond in het vervolgkeuzemenu.

6.      Selecteer een Videoweergave in het vervolgkeuzemenu.

N.B.:        De videoweergave wordt alleen geactiveerd als de videofunctie in EntraPass is ingeschakeld.

Opties toegangstiming

7.      Voer vanuit de groep Opties toegangstiming een Ontgrendeltijd in het tekstvak in. Dit is de periode tijdens welke de deur ontgrendeld is nadat een geldige kaart is gelezen of nadat er een geldig verzoek voor verlaten is geweest (als de REX is gedefinieerd om de deur te ontgrendelen). Het periode kan liggen tussen 00:00:01 tot 04:15 (255 s) voor een KT‐100, KT‐200 en KT‐300, en kan maximaal 18:12:15 (65535 s) duren voor een KT‐400. De standaardwaarde is 10 s.

8.      Voer een Openingstijd in het tekstvak in. Dit is de periode gedurende welke een deur open kan blijven, nadat een geldig toegangs- of verlaatverzoek heeft plaatsgevonden. Dit is alleen van toepassing op een deur die gedefinieerd is voor een deurcontact 100 System Devices input. De periode kan duren van 00:00:01 tot 04:15 (255 s) voor een KT‐100, KT‐200 en KT‐300, en duurt maximaal 18:12:15 (65535 s) voor een KT‐400. Nadat deze vertraging is verlopen, genereert het systeem de gebeurtenis "deur te lang open" en de deurpiëzo geeft een signaal om de kaarthouder te waarschuwen. Dit signaal blijft klinken tot de deur is gesloten. De standaardwaarde is 30 s.

9.      Voer een Verlengde ontgrendeltijd in het tekstvak in. Met deze optie kan de deur gedurende een langere tijd ontgrendeld blijven. Als u deze optie wilt gebruiken, moet u de vertragingen in het veld Ontgrendeltijd (standaard 40 s) invoeren. De periode kan tussen 00:00:01 en 04:15 (255 s) duren voor een KT‐100, KT‐200 en KT‐300, en kan maximaal 18:12:15 (65535 s) duren voor een KT‐400.

10.  Voer een Verlengde openingstijd deurtoegangsvertraging in het tekstvak in. Met deze optie blijft de deur langer open staan, zodat mensen met een beperking door de deur kunnen gaan zonder dat er een alarm afgaat. Als u deze optie wilt gebruiken, moet u de vertragingen in het veld Openingstijd (standaard 2 minuten) invoeren. De periode kan tussen 00:00:01 en 04:15 (255 s) duren voor een KT‐100, KT‐200 en KT‐300, en kan maximaal 18:12:15 (65535 s) duren voor een KT‐400.

Opties voor multi-swipe

11.  Selecteer vanuit Opties voor multi-swipe het aankruisvakje Multi-swipe inschakelen. Als deze optie wordt gedeselecteerd, wordt de multi-swipe-optie uitgeschakeld, maar de ingevoerde parameters worden bewaard.

12.  Selecteer een schema uit het vervolgkeuzemenu. Dit schema is van toepassing op het dubbel en driedubbel swipen van de kaart en moet geldig zijn wanneer de persoon de kaart voor een tweede of derde keer doorhaalt om de betreffende actie uit te voeren.

13.  Selecteer vanuit de groep Parameters dubbele/driedubbele swipe de optie Dubbele/driedubbele swipe-actie:

§        Alarmsysteem of partitie scherpstellen: Vergelijkbaar met een handmatige scherpstelling van een deur inclusief de scherpstellingsfunctionaliteit van paneelpartities. Wanneer deze actie op een globale of KT-NCC gateway wordt geselecteerd, wordt hij alleen uitgevoerd wanneer de deur als een scherpstelreader in een of meerdere alarmsystemen is geconfigureerd. De operator moet twee of drie keer swipen om een alarmsysteem scherp te stellen. Eerst worden de swipes gecontroleerd en vervolgens de scherpstelvoorwaarden van het alarmsysteem.

§ Deurvergrendeling toggelen: Ontgrendeling bij toegang na dubbele/driedubbele swipe wordt automatisch geselecteerd en uitgeschakeld.

§ Deurvergrendeling tijdelijk ontgrendelen: Ontgrendeling bij toegang na dubbele/driedubbele swipe wordt automatisch geselecteerd en uitgeschakeld. Er kan een vertraging tussen 00:00:01 en 18:12:15 worden ingevoerd.

§        Relais toggelen: Er kan een relais of relaisgroep worden geselecteerd.

§        Relais tijdelijk activeren: Er kan een relais of relaisgroep worden geselecteerd. Er kan een vertraging tussen 00:00:01 en 18:12:15 worden ingevoerd.

§        Deur vergrendelen: Hervergrendeling bij toegang na dubbele/driedubbele swipe wordt automatisch geselecteerd en uitgeschakeld.

§        Deur ontgrendelen: Ontvergrendeling bij toegang na dubbele/driedubbele swipe wordt automatisch geselecteerd en uitgeschakeld.

§        Relais activeren: Er kan een relais of relaisgroep worden geselecteerd.

§        Relais deactiveren: Er kan een relais of relaisgroep worden geselecteerd.

14.  Voer in seconden een Vertraging voor de geselecteerde actie uit. Er is een maximumvertraging van 3 seconden tussen twee kaartswipes, voordat EntraPass een dubbele of driedubbele swipe registreert. Er zijn twee pieptonen te horen voor een dubbele swipe en drie voor een driedubbele swipe. Een lange pieptoon geeft aan dat toegang is geweigerd.

15.      Selecteer een te triggerenRelais in het vervolgkeuzemenu.

16.  Selecteer het aankruisvakje Hervergrendeling bij toegang na dubbele/driedubbele swipe om de deur te vergrendelen, voordat de kaart twee of drie keer wordt doorgehaald.

Toegangsopties

17.  Selecteer vanuit de optiegroep Toegangsopties een Deurcontact in het vervolgkeuzemenu.

18.      Selecteer een Schema parallelle deurschakelingen in het vervolgkeuzemenu.

19.  Selecteer het aankruisvakje Lezen bij deur open. Als deze optie is geselecteerd, kan het systeem kaarten lezen terwijl de deur open staat. Het systeem ontgrendelt de deur echter niet als deze is vergrendeld. Als deze optie is geselecteerd, wordt de gebeurtenis "Toegang verleend" gegenereerd. Anders wordt de gebeurtenis "Toegang verleend - deur open" gegenereerd. Standaard is deze optie aangekruist.

20.  Selecteer het aankruisvakje Lezen bij deur ontgrendeld. Als deze optie is geselecteerd, kan het systeem kaarten lezen terwijl de deur handmatig werd ontgrendeld door de operator of door een geldig ontgrendelingsschema. Als de optie is geselecteerd, wordt de gebeurtenis "Toegang verleend - deur ontgrendeld" bij toegang gegenereerd. Selecteer deze optie niet om alle toegangsgebeurtenissen te negeren terwijl de deur ontgrendeld is. Standaard is deze optie aangekruist.

21.  Selecteer het aankruisvakje Ontgrendelen bij toegangsdeur open. Als deze optie is geselecteerd, staat het systeem toe dat de deur is ontgrendeld en te allen tijde kan worden geopend. Standaard is deze optie niet aangekruist.

22.  Selecteer het aankruisvakje Vooralarm als deur te lang open. Als deze optie is geselecteerd, genereert het systeem de gebeurtenis "vooralarm als de deur te lang open staat" en klinkt er een waarschuwingstoon als de helft van de vertraging die in het tijdveld staat aangegeven, verstreken is. Dit signaal blijft klinken tot de deur is gesloten. Standaard is deze optie niet aangekruist.

23.  Voer een vertraging in seconden in het tekstvak (tijdveld) in voor het vooralarm.

24.  Selecteer de betreffende optie voorOpnieuw vergrendelen bij toegang: Bij openen van deur ofBij sluiten van deur.

25.  Kies vanuit Toetsenbordopties tussen:

§        Alleen reader: Selecteer deze optie als toegang met behulp van een reader wordt verleend. Een installatie met alleen een reader is de meest gebruikte.

§        Reader of toetsenbord: Selecteer deze optie als toegang met behulp van een reader of een toetsenbord mogelijk is. Een installatie met alleen een toetsenbord wordt als minder veilig gezien dan een installatie met alleen een reader. Dit omdat een gebruiker zijn PIN aan een andere persoon kan "uitlenen", maar verder gebruik van deze PIN niet kan voorkomen, terwijl bij een reader de kaart moet worden teruggegeven.

§        Reader en toetsenbord: Selecteer deze optie als er een reader en een toetsenbord worden gebruikt voor toegang via deze deur. Het toetsenbord wordt alleen gebruikt wanneer het "toetsenbordschema" geldig is. Als een toetsenbord in combinatie met een reader wordt gebruikt, wordt de beveiliging in belangrijke mate verbeterd. De noodzaak voor het invoeren van een PIN-code kan door een schema worden beperkt tot bijvoorbeeld alleen buiten kantooruren in plaats van tijdens drukke uren.

26.  Selecteer een Kaart- en PIN-schema in het vervolgkeuzemenu tijdens welke periode kaarthouders hun PIN moeten invoeren nadat hun kaart door de reader is gelezen.

N.B.:        De binnendringingsopties zijn alleen beschikbaar als er KT‐100, KT‐300 of KT‐400 controllers in een gateway voor meerdere locaties zijn geconfigureerd. KT‐100, KT‐300 en KT‐400 controllers bieden de mogelijkheid een interface te vormen met een extern alarmsysteem. Wanneer u deze Kantech-controllers aan een bestaand alarmsysteem toevoegt, kunnen kaarthouders een bestaand systeem scherpstellen/onscherp maken door een geldige kaart bij een toegangs-/uitgangsdeur te gebruiken. Door een toetsenbord toe te voegen wordt het systeem beter beveiligd aangezien kaarthouders niet alleen hun kaart moeten gebruiken, maar ook een PIN moeten invoeren (is niet van toepassing op een KTES-deur). Het externe alarmsysteem kan op twee manieren worden scherp/onscherp gesteld of uitgesteld:

Er kan sprake zijn van een combinatie van de opties. Een alarmsysteem kan tijdens een periode van een geldig schema met een correcte toegangscode onscherp worden gesteld en na het lezen van een geldige kaart.

27.  Selecteer in de optiegroep Binnendringing een Toets op toetsenbord voor verzoek om scherpstelling in het vervolgkeuzemenu.

28.      Selecteer een Input scherpstellingsverzoek in het vervolgkeuzemenu.

29.      Selecteer een Schema scherpstellingsverzoek in het vervolgkeuzemenu.

30.      Selecteer een Toegangsniveau scherpstelling in het vervolgkeuzemenu.

31.      Selecteer een Toegangsniveau onscherp stellen in het vervolgkeuzemenu.

32.      Selecteer een Scherp te stellen partitie in het vervolgkeuzemenu.

REX-opties

33.  Selecteer vanuit de optiegroep Primaire REX-opties een REX-contact in het vervolgkeuzemenu. Dit contact is de input waarop een "uitgangsverzoek"-detector kan worden aangesloten. Deze input moet lokaal zijn: het moet een van de inputs zijn op de controller die de deur aanstuurt.

34.      Selecteer een Supervisieschema REX-contact uit het vervolgkeuzemenu. Wanneer dit schema in werking treedt, registreert de controller "uitgangsverzoek"-signalen van het uitgangcontact. Deze optie is alleen geldig voor een deur die met een REX-contact is gedefinieerd.

35.  Selecteer het aankruisvakje Ontgrendelen bij REX om de deur te ontgrendelen als de controller een uitgangsverzoek toestaat. Deze optie kan van pas komen bij uitgangsdeuren zoals interieurdeuren of andere deuren die kunnen worden open geduwd door mensen die pakketten bij zich dragen. Het systeem staat het naar buiten gaan toe en genereert een "uitgangsverzoek toegestaan"-gebeurtenis in plaats van een "deur open geforceerd"-gebeurtenis.

36.  Selecteer het aankruisvakje Terugstelbare REX-functie om de ontgrendeltijd te herstarten bij een geldig verzoek om uitgang. De openings- en ontgrendeltijden staan in de deurdefinitie (Apparaten > Deur > Algemeen) gedefinieerd. Selecteer deze optie voor drukke gebieden, zoals deuren in productiegebieden waar veel gebruikers binnen korte tijd gebruik van maken (bijvoorbeeld aan het einde van een ploegendienst) om te voorkomen dat er gebeurtenissen worden gegenereerd voor "deur te lang open" of "deur open geforceerd".

37.  Herhaal de vier voorgaande stappen voor deSecundaire REX-opties.

38.  Selecteer de deuroptieHervergrendelen bij REX:

§        Bij openen van deur: Het deurapparaat wordt na een geldige toegang weer vergrendeld.

§        Bij sluiten van deur: Het deurapparaat wordt weer vergrendeld wanneer de deur sluit.

39.      Zodra de deur is geconfigureerd, klikt u op Opslaan of Annuleren.