Output kaartnummer bij verleende toegang door bewoner
Een bestaande bewoner bewerken
1. Voer de Weergavenaam in. Dit is de naam van de bewoner (maximaal 20 tekens) die in de lijst wordt weergegeven.
2. Voer hetTelefoonnummer in. Het eerste telefoonnummer wordt gebruikt wanneer een bezoeker de bewoner in de KTES-namenlijst selecteert. Als er geen telefoonnummer wordt ingevoerd, kan de bewoner niet door het KTES-systeem worden gebeld en verschijnt hij ook niet in de KTES-namenlijst (max. 15 tekens).
3. Voer de ID van de bewoner in. De ID van de bewoner is een identificatiecode die bestaat uit een nummer tussen 1 en 5 tekens die een bezoeker kan gebruiken om een bewoner te bellen.
4. Voer een PIN in. Dit is een Persoonlijk IdentificatieNummer (PIN).
5. Selecteer
Kaartnummer koppelen
en voer het Kaartnummer
in of selecteer Gebruiker
koppelen en klik op
in
het venster Een gebruiker
selecteren.
6. Selecteer een Toegangsschema in het vervolgkeuzemenu. Er moet een toegangsschema worden geconfigureerd om een schema met de toegangsrechten van de bewoner te kunnen koppelen. Een bewoner heeft toegang tot het gebouw tijdens de tijden, dagen en feestdagen zoals die in het systeem zijn gedefinieerd.
7. Voer hetTweede telefoonnummer in. Het tweede telefoonnummer wordt door het KTES gebruikt om contact op te nemen met de bewoner als er op het eerste nummer niet wordt opgenomen.
8. Selecteer het Schema tweede telefoonnummer uit het vervolgkeuzemenu.
9. Klik op het aankruisvakje Tweede telefoonnummer alleen volgens schema bellen.
10. Voer
handmatig een Begindatum
of klik op
en selecteer een datum. De Begindatum is
de datum vanaf wanneer de bewoner toegang tot het systeem heeft.
11. Voer
handmatig eenEinddatum
in of klik op
en selecteer een datum.
De Einddatum
is de datum waarna de bewoner geen toegang meer heeft tot het systeem
en zijn status niet meer geldig is.
12. Klik op het aankruisvakje Bewoner tonen. Deze optie wordt gebruikt als u wilt dat de naam van de huidige bewoner wordt weergegeven.
13. Selecteer een Beheerniveau in het vervolgkeuzemenu. Selecteer het beheerniveau voor de bewoner (installeerder, eigenaar, onderhoud of bewoner).
14. Klik op het aankruisvakje Prioriteren in weergavelijst. Bewoners met prioriteit staan boven aan de lijst. De andere bewoners worden in alfabetische volgorde weergegeven.
15. Selecteer de Taal bewoner in het vervolgkeuzemenu. Selecteer de standaardtaal die door KTES voor de bewoner wordt gebruikt.
16. Selecteer Traceren. Met de traceeroptie kan een relais en/of het genereren van een traceerbare gebeurtenis worden geactiveerd.
17. Selecteer een Niet-storenschema in het vervolgkeuzemenu. Deze functie wordt gebruikt om de bewoner de status "Niet storen" te geven als het geselecteerde schema actief is. Kruis het vakje Niet op lijst tonen (niet-storenschema) aan als u niet wilt dat de bewoner op de lijst verschijnt en ook niet in de zoekoptie als de status "Niet storen" wordt aangegeven.
18. Selecteer Vaker overgaan. Het systeem kan de bel vaker laten overgaan om de bewoner meer tijd te geven op te nemen.
19. Klik op Niet op lijst tonen (niet-storenschema). Deze optie wordt gebruikt als u wilt dat de naam van de huidige bewoner niet op de lijst verschijnt in overeenstemming met het niet-storenschema.
20. Klik op Verlengde deuropeningstijd. De verlengde vertragingen komen overeen met de extra periode die een deur ontgrendeld moet blijven en open moet kunnen blijven staan (bijv. voor een persoon met beperkingen die meer tijd nodig heeft om een gebouw binnen te komen).
21. Selecteer
Kaartnummer koppelen
en voer een Kaartnummer
in of selecteer Koppelen
met gebruiker en klik op
.
Als Kaartnummer koppelen
is geselecteerd, stuurt KTES een kaartnummer naar een andere controller
indien het KTES in een andere toegangscontroller is geïntegreerd.
22. Klik op Opslaan of Annuleren om naar het configuratievenster Bewonerlijst terug te keren.
1. Wijzig de Weergavenaam. Dit is de naam van de bewoner (maximaal 20 tekens) die in de lijst wordt weergegeven.
2. Wijzig hetTelefoonnummer. Het eerste telefoonnummer wordt gebruikt wanneer een bezoeker de bewoner in de KTES-namenlijst selecteert. Als er geen telefoonnummer wordt ingevoerd, kan de bewoner niet door het KTES-systeem worden gebeld en verschijnt hij ook niet in de KTES-namenlijst (max. 15 tekens).
3. Wijzig de ID van de bewoner. De ID van de bewoner is een identificatiecode die bestaat uit een cijfer tussen 1 en 5 tekens die een bezoeker kan gebruiken om een bewoner te bellen.
4. Wijzig dePIN. Dit is een Persoonlijk IdentificatieNummer (PIN).
5. Selecteer
Kaartnummer koppelen
en voer het Kaartnummer
in of selecteer Gebruiker
koppelen en klik op
in
het venster Een gebruiker
selecteren.
6. Selecteer een Toegangsschema in het vervolgkeuzemenu. Er moet een toegangsschema worden geconfigureerd om een schema met de toegangsrechten van de bewoner te kunnen koppelen. Een bewoner heeft toegang tot het gebouw tijdens de tijden, dagen en feestdagen zoals die in het systeem zijn gedefinieerd.
7. Wijzig hetTweede telefoonnummer. Het tweede telefoonnummer wordt door het KTES gebruikt om contact op te nemen met de bewoner als er op het eerste nummer niet wordt opgenomen.
8. Selecteer het Schema tweede telefoonnummer in het vervolgkeuzemenu.
9. Klik op het aankruisvakje Tweede telefoonnummer alleen volgens schema bellen.
10. Wijzig
handmatig deBegindatum
of klik op
en selecteer een datum.
11. Wijzig
handmatig deEinddatum
of klik op
en selecteer een datum. De Einddatum is
de datum waarna de bewoner geen toegang meer heeft tot het systeem en
zijn status niet meer geldig is.
12. Klik op het aankruisvakje Bewoner tonen. Deze optie wordt gebruikt als u wilt dat de naam van de huidige bewoner wordt weergegeven.
13. Selecteer een Beheerniveau in het vervolgkeuzemenu. Selecteer het beheerniveau voor de bewoner (installeerder, eigenaar, onderhoud of bewoner).
14. Klik op het aankruisvakje Prioriteren in weergavelijst. Bewoners met prioriteit staan boven aan de lijst. De andere bewoners worden in alfabetische volgorde weergegeven.
15. Selecteer de Taal bewoner in het vervolgkeuzemenu. Selecteer de standaardtaal die door KTES voor de bewoner wordt gebruikt.
16. Selecteer Traceren. Met de traceeroptie kan een relais en/of het genereren van een traceerbare gebeurtenis worden geactiveerd.
17. Selecteer een Niet-storenschema in het vervolgkeuzemenu. Deze functie wordt gebruikt om de bewoner de status "Niet storen" te geven als het geselecteerde schema actief is. Kruis het vakje Niet op lijst tonen (niet-storenschema) aan als u niet wilt dat de bewoner op de lijst verschijnt en ook niet in de zoekoptie als de status "Niet storen" wordt aangegeven.
18. Selecteer Vaker overgaan. Het systeem kan de bel vaker laten overgaan om de bewoner meer tijd te geven op te nemen.
19. Klik op Niet op lijst tonen (niet-storenschema). Deze optie wordt gebruikt als u wilt dat de naam van de huidige bewoner niet op de lijst verschijnt in overeenstemming met het niet-storenschema.
20. Klik op Verlengde deuropeningstijd. De verlengde vertragingen komen overeen met de extra periode die een deur ontgrendeld moet blijven en open moet kunnen blijven staan (bijv. voor een persoon met beperkingen die meer tijd nodig heeft om een gebouw binnen te komen).
21. Selecteer
Kaartnummer koppelen
en voer een Kaartnummer
in of selecteer Koppelen
met gebruiker en klik op
.
Als Kaartnummer koppelen
is geselecteerd, stuurt KTES een kaartnummer naar een andere controller
indien het KTES in een andere toegangscontroller is geïntegreerd.
22. Klik op Opslaan of Annuleren om naar het configuratievenster Bewonerlijst terug te keren.