In dit menu worden de deurparameters gedefinieerd waarop readers en/of toetsenborden zijn geïnstalleerd. Een deur kan een ingang/uitgang zijn, een ingang voor anti-passback, een uitgang voor anti-passback of een toegangsdeur. Dit is afhankelijk van hoe de instellingen worden geprogrammeerd. De deur kan te allen tijden beveiligd zijn of alleen tijdens bepaalde periodes zoals aangegeven in schema's. Gewoonlijk worden de deuren vergrendeld met elektrische slotplaten en elektromagnetische sloten. Een deur kan met een of twee readers zijn uitgerust: aan beide kanten één reader. Voor deuren met twee readers moet de reader aan de buitenkant worden gedefinieerd als de ingangsreader en de reader aan de binnenkant als de uitgangsreader.
§ In dit paneel staat een lijst met locaties en hun controllers.
§ Met het tekstvak Filteren... kunt u de lijst met locaties sorteren op basis van de tekenstring die u hebt ingevoerd.
§ Het werkgebied bevat de deur die in het linkerpaneel is geselecteerd. U kunt de deuren van een bepaalde controller of van een hele locatie weergeven.
§ Toets Bewerken: Klik op de toets Bewerken om de parameters van de geselecteerde deur te bewerken (zie Deurinstellingen voor meer informatie). U kunt ook op een deur rechtsklikken en Bewerken in het contextmenu selecteren.
§ Toets Verwijderen: Klik op de toets Verwijderen om de geselecteerde deur uit de lijst te verwijderen. U kunt ook op een deur rechtsklikken en Verwijderen in het contextmenu selecteren.
§ Pictogrammenweergavemodus:
Klik op de toets
om de deuren als pictogrammen
in het werkgebied weer te geven.
§ Lijstweergavemodus: Klik
op de toets
om de deuren in lijstformaat
in het werkgebied weer te geven.
§ Toets Surveillancelijst:
§ Zoomtoetsen: Met de toetsen
en
kunt
u op de tijdschaal in- en uitzoomen.