CONTROLLER - GEAVANCEERDE INSTELLINGEN BEWERKEN
Controllers geven audiovisuele feedback over de toegangbeslissing. Gewoonlijk geeft een rood/groen lampje (LED) op de reader aan of de deur is ontgrendeld of dat toegang is geweigerd. Er kan op de deur een alarm worden geplaatst, zodat met een geluidssignaal kan worden aangegeven als de deur open wordt geforceerd of open blijft staan als er iemand is binnen gekomen. De controllerdefinitie geeft aan het systeem aan hoe een controller wordt gebruikt en welke apparaten eraan zijn gekoppeld: deuren, inputzones, relais en outputapparaten. Controllers kunnen tijdens het configureren van een gateway of locatie worden gedefinieerd. Dit kan ook in het definitiemenu van de controller worden gedaan door of het controllerpictogram (Apparaten > Controller) te selecteren of via het programma Snelle instelling. EntraPass ondersteunt vier controllertypes: KT‐100, KT‐200, KT‐300 en KT‐400. Via deze controllers kunnen lokale functies die aan een controller zijn gekoppeld, worden geactiveerd. Het aantal apparaten dat aan een controller is gekoppeld, varieert per controllertype.
1. Klik in het tekstvak linksboven in de hoek en verander de naam van de controller.
2. Wijzig het Serienummer. Dit nummer is gewoonlijk te vinden op het controllerlabel. In dit veld kunnen alleen cijfers worden ingevoerd, behalve het eerste teken. Dat mag ook een 'a' of een 'A' zijn. Als de kleine letter wordt ingevoerd, verandert het systeem het in een hoofdletter.
3. Selecteer een EOL-weerstandtype uit het vervolgkeuzemenu. Standaard is deze keuze ingesteld op Geen. Deze functie wordt als supervisie-apparaat voor alle inputs gebruikt. Als deze functie is ingeschakeld en als een input wordt ontkoppeld, wordt er een alarmbericht gegenereerd.
4. Selecteer een Plattegrond uit het vervolgkeuzemenu.
5. Selecteer een Videoweergave uit het vervolgkeuzemenu.
N.B.: De videoweergave wordt alleen geactiveerd als de videofunctie in EntraPass is ingeschakeld.
6. Selecteer in de optiegroep Reader Readertype 1 uit het vervolgkeuzemenu.
7. Selecteer Readertype 2 uit het vervolgkeuzemenu.
8. Selecteer het Toetsenbordtype uit het vervolgkeuzemenu.
9. Selecteer de Esc-toets in het vervolgkeuzemenu. Deze functie hangt samen met PIN-nummers. Wanneer een gebruiker een verkeerd nummer invoert, kan hij op de Esc-toets drukken om de PIN opnieuw in te voeren, zonder dat het aantal gebruikte pogingen toeneemt.
10. Zodra de configuratie van de controller is voltooid, klikt u op Opslaan of Annuleren.